KINDERFYSIOTHERAPIE
PRAKTIJK
CONTACT
 
Signalen/aandoeningen

Een aantal voorbeelden op een rijtje van signalen, indicaties en aandoeningen waarbij kinderfysiotherapie zinvol kan zijn:

1. Baby's en peuters met een (dreigende) ontwikkelingsachterstand of ontwikkelingsstoornis
Kinderfysiotherapie kan zinvol zijn bij:

  • voorkeurshouding, asymmetrie, scheef of afgeplat hoofdje
  • huilbaby
  • trage motorische ontwikkeling
  • gespannen en/of te actieve baby, baby met strekneiging
  • slappe en/of te rustige baby
  • drink- of eetproblemen
  • zuigeling met KISS-syndroom
  • verschil in bewegen tussen linker en rechter lichaamshelft
  • verschil in bewegen tussen bovenste en onderste lichaamshelft
  • opvallende motoriek: billenschuiver, tenenloper
  • hersenbeschadiging
  • spina bifida (open rug)
  • pre-dysmatuur kind (te vroeg geboren en/of groeiachterstand voor geboorte)
  • plexus brachialis laesie of Erbse parese
    (beschadiging van zenuwen die vanuit de nek naar de arm lopen ontstaan bij de geboorte)
  • ademhalingsproblemen, astma, bronchitis
  • orthopedische problemen
  • mentale retardatie (achterstand in de verstandelijke ontwikkeling)

Voorkeurshouding bij zuigelingen en afplatting van het hoofd
Het hebben van een voorkeurshouding komt zeer frequent voor. Dit houdt verband met het advies om jonge baby’s op de rug te laten slapen (i.v.m. de veiligheid).
Als de zuigeling een voorkeurshouding heeft houdt hij/zij het hoofd bijna altijd naar één kant gedraaid. Een voorkeurshouding kan de ontwikkeling van het kind nadelig ontwikkelen. Omdat de schedel van een baby tijdens de eerste levensmaanden van nature zacht is, kan het hoofd aan één kant afplatten en daardoor scheefgroeien. Een afplatting van de schedel wordt ook wel plagiocefalie genoemd.
Een mogelijkheid om de ernst van de afplatting te meten is de plagiocephalometrie.

Wat is plagiocephalometrie?
Plagiocephalometrie is een meetinstrument om de mate van scheefheid van het hoofdje objectief vast te stellen. Met behulp van de meting kan worden vastgesteld of verdere behandeling, en bijvoorbeeld helmtherapie, noodzakelijk is. Ook vooruitgang of eventuele achteruitgang kan door meting worden vastgelegd.
Wanneer is het zinvol om te meten?
Zodra u merkt dat uw baby een voorkeurshouding ontwikkelt is het zinvol dit te melden bij uw arts. Adviezen kunnen helpen de voorkeurshouding te doorbreken. Als de voorkeurshouding niet te doorbreken is of als de adviezen niet helpen,
is kinderfysiotherapeutische behandeling zinvol.
Meting van de afplatting is zinvol bij aanvang van de kinderfysiotherapie. (liefst zo jong mogelijk, leeftijd 2-3 maanden). Vervolgmeting kan eventueel bij 4-5 maanden om het effect van de behandeling te evalueren en om mogelijke indicatie voor helmtherapie vast te stellen.

 

2. Basisschoolkinderen en jongeren tot 16 jaar
Kinderfysiotherapie kan zinvol zijn bij:

  • motorische ontwikkelingsachterstand
    grove motoriek:
    -niet kunnen meekomen in de gymles en/of bij buiten spelen
    -houterig en stijf bewegen
    -slappe houding, moeite met langere tijd rechtop zitten
    -opvallend looppatroon
    -veel vallen en/of struikelen
    -onrustig, veel bewegen
    fijne motoriek:
    -niet willen tekenen, kleuren
    -niet goed kunnen knippen, plakken en/of bouwen
    -veel kleine ongelukjes zoals dingen omstoten, voorwerpen laten vallen
    -geen duidelijke handvoorkeur bij teken-/schrijftaken
    -schokkerige, niet vloeiende bewegingen
    -onvoldoende leesbaar handschrift, schrijfproblemen
    -tempo niet kunnen bijhouden bij schrijftaken
  • DCD, Development Coordination Disorder
  • sensorische integratieproblemen
  • ADD, ADHD en NLD
  • Pervasieve ontwikkelingsstoornissen zoals PDD-NOS, ASS
  • Jeugdreuma
  • Mentale retardatie (achterstand in de verstandelijke ontwikkeling)
  • Cerebrale parese
  • Sportletsels
  • Ademhalingsproblemen, astma, bronchitis, CARA
  • Orthopedische aandoeningen
  • Houdingsproblemen
  • Lichamelijke spanningsklachten als hoofdpijn, buikpijn, vermoeidheid zonder medische oorzaak
  • Pijnklachten in spieren en/of gewrichten
  • Zindelijkheidsproblemen


3. Kinderen met sensorische integratieproblemen (alle leeftijden)

Bewegen komt tot stand door een samenwerking van zintuigen en motoriek. Indien de werking van de zintuigen (senso) niet goed afgestemd is op de werking van de spieren (motoriek) heeft dit gevolgen voor het bewegen. Binnen de kinderfysiotherapie spreken we van een sensomotorische stoornis of een probleem in de sensorische integratie (s.i.probleem).
Een niet optimale samenwerking heeft invloed op het motorische gedrag. Bepaalde zintuigen kunnen over-
of ondergevoelig reageren. Beiden hebben gevolgen op het motorische gedrag.
Bijvoorbeeld:

  • een overgevoeligheid van het evenwichtsorgaan kan angst om te klimmen veroorzaken.
  • overgevoeligheid van het tastzintuig geeft afweer bij knuffelen.

Een kinderfysiotherapeut kan de werking van de zintuigen onderzoeken en indien nodig behandelen.
Enkele voorbeelden van motorisch gedrag die kunnen wijzen op een sensorisch integratieprobleem:

  • het kind word angstig en/of gaat huilen als het bewogen wordt
  • het kind wil niet of nauwelijks van de ene naar de andere houding bewegen
  • het kind heeft last van onverklaarbaar huilen
  • het kind beweegt niet zoals verwacht bij aanraken, aankijken, geluidjes maken. Kind maakt weinig/geen
    oogcontact. Kind zit niet graag op schoot.
  • het kind reageert met huilen en/of terugtrekken op onverwachte en/of nieuwe situaties
  • het kind vindt het vervelend om vieze handen te krijgen en/of heeft afkeer van spelen
    met bepaalde materialen zoals zand, vingerverf
  • gras en zand worden als akelig ervaren
  • het kind durft niet te schommelen
  • het kind kan moeilijk stilzitten
  • bewegingen worden te hard of te zacht uitgevoerd
  • het kind is snel vermoeid
  • het kind loopt stampend
  • een ‘allesdurver’ en geen gevaar kennende peuter/kleuter
  • een angstige niet ondernemende peuter/kleuter

Wat doet de kinderfysiotherapeut?
De kinderfysiotherapeut observeert , onderzoekt en behandelt. Ook wordt er voorlichting en advies gegeven.